19 april 2015

De dag dat ons leven veranderde

Posted in Geen categorie bij 4:23 pm door ookmaareenmens

Dinsdag 3 februari 2015 rond 19u ging de telefoon. Papa belde.

‘Dat we meteen moesten komen. Dat mama gevallen was en niet kon recht komen. Dat ze zeker iets gebroken had.’

Direct sprongen we in de auto en reden naar mijn ouders toe. Zij wonen op twee minuten rijden.

Mama, 78 jaar, zat op het terras op de grond. Haar linkerbeen lag in een onnatuurlijke positie. Papa, die gehandicapt is en nauwelijks kan stappen, stond naast haar.

‘Dat mama nog gauw de was had willen ophangen. Dat ze daarvoor op een trapje moest. Dat het was weggegleden. Daar zat ze nu.’

Ik was in paniek. Wat te doen? Gelukkig is mijn Tony koelbloediger. ‘Bel de 100,’ zei hij me. Dat had ik nog nooit eerder gedaan. Maar nu moest het dus. Meteen.

Tien minuten later stond de 100 er. Twee hulpvaardige en geduldige brancardiers tilden mama in de ambulance. Ik reed mee.

Wat leek ze klein nu. En tenger. Maar met een sterk hart want de machine gaf een hartslag van zestig aan.

De sirenes loeiden en de wereld gleed aan ons voorbij. We waren snel in het ziekenhuis en mama werd meteen naar binnen gereden. Ondertussen was mijn man met de auto nagekomen. Hij had snel de medicijnen van mama ingepakt en wat kleren. Nu begon het wachten.

Tweeënhalf uur en één fanta later waren we op de kamer. Op het vierde verdiep, een kamer van vier waar er vijf mensen lagen. De verpleegster had een slechte dag en overliep wat ongeduldig met ons een vragenlijst over mama’s medische geschiedenis. Sommige vragen kon ik beantwoorden, maar bij andere bleef het bij an educated guess.

‘Of mama misschien nog iets te eten kon krijgen want dat ze net voor het avondeten gevallen was.’

Er was alleen yoghurt. Maar dat lust mama niet. De vasten begon vroeg voor haar dit jaar.

Met een mengeling van pijn in het hart en opluchting omdat ze goed aangekomen was, verlieten we het ziekenhuis. Nu papa geruststellen.

Hij hield zich flink, de sterke man uit mijn kindertijd. Maar ook hij was gekrompen en nog scheef gegroeid ook de laatste jaren. En wat straalde hij nu verdriet, eenzaamheid en angst uit.

‘Of we konden helpen met zijn kousen en banden?’ Natuurlijk konden we dat. Gegeten had hij ook nog niet. Daar konden wij bij helpen en dat deden we ook.

Rond 23u waren we thuis.

Advertenties

23 december 2010

Ebbenhouten engel

Posted in Het leven zoals het is ... of toch bijna. tagged , , , , , bij 8:55 pm door ookmaareenmens

Het moest er inderdaad van komen: eerst een engel op straat, dan engelen in het shopping centre en nu… een engel op school, een zwarte (of mag je dat zo niet zeggen?).

Ik verdien mijn boterham bij gratie van ons migrantenbeleid. Negentig procent van mijn leerlingen is van Afrikaanse origine. Hoewel ik altijd gedacht heb dat onze missiepaters – ook al zo’n beladen woord tegenwoordig – naarstig werk leverden in Congo, hun protestantse concurrenten hebben ook hun duit in het zakje gedaan. Dankzij hen mag ik lesgeven aan jongens en meisjes van ebbenhout, zwarte parels met blinkende ogen en een brede, gulle glimlach.

Je hebt ze natuurlijk in soorten, onze Afrikaanse broeders en zusters. Maar één ding valt met toch echt op: het zijn showbeesten. Geef ze een podium, spreek over Youtube, haal de gitaar tevoorschijn en ze zijn wakker!
Ze hebben soms de vreemdste namen: Divine, Sympathie, Ezechias… Alhoewel, Kjell en Kiara klinken ook niet direct degelijk Vlaams. (Waar is de tijd van ‘Dirk’, ‘Marie’ en ‘Koenraad’? Vervlogen.)
Enige lethargie is hen niet vreemd… tot je begint te zingen.

Zo is er onze Sympathie, tweede leerjaar… Na twee jaartjes Roomse catechese zit hij op zijn plaats, bij mij, in de les protestants-evangelische godsdienst. Hoe hij daar geraakte, is een verhaal op zichzelf. Hij verwacht grootse dingen van mij, want een leerling uit het vijfde heeft hem precies verteld wat er allemaal in de pego-les gebeurt: je MOET er zingen, je MOET er toneelspelen, je MOET op Youtube.
Voor dat zingen heb ik inderdaad aandacht. Ik vind het belangrijk, dat kinderen hun zangstem ontdekken en ervan genieten. Ik vind het ook belangrijk, dat ze die stem durven laten horen. En Kerstmis is het moment bij uitstek om de boer op te gaan, door school…

Terug naar Sympathie en zijn kerstlied. Ik had hem voorgesteld er eens over na te denken of hij voor een kleuterklas durfde zingen. Dat zag hij wel zitten. En toen ik op een lichtzinnig ogenblik een terloopse opmerking maakte over andere klassen, ging hij meteen akkoord. In zijn ogen is het één van de eindtermen, denk ik.

Vandaag was het dan zo ver. Gewapend met m’n gitaar en m’n steminstrumentje gingen we op pad. We hebben uiteindelijk vijf klassen gedaan en overal had hij succes. Hij is minstens drie centimeter gegroeid. En ik genoot… Als hij z’n zin had gekregen, hadden we de hele school gedaan. Maar een lesuur is beperkt. Hij heeft echter nog iets in het vooruitzicht: vrijdag blijven we gewoon in de klas en ik heb met mijn collega RKG afgesproken om de kinderen een kerstlied te leren. Zij zorgt voor pannenkoeken. En Sympathie? Die mag voorzingen. Een boodschapper van ebbenhout. De cirkel is rond. Ik kijk er al naar uit.

19 december 2010

Nog engelen gespot… in shoppingcentre

Posted in Geen categorie bij 12:29 pm door ookmaareenmens

Van engelen en boekentassen

Posted in Het leven zoals het is ... of toch bijna. tagged bij 11:27 am door ookmaareenmens

De engelen wonen onder ons. Zij houden van pitbulls, wonen in grote villa’s en rijden met volumewagens. Zij waken over jou en mij, zij het met wisselend succes.

Hoe ik dat weet? Omdat vandaag het bewijs geleverd werd.

Zoals elke morgen vertrok ik richting school. Mijn blazers op volle kracht en geconcentreerd op de weg. De sneeuw die vannacht niet zou vallen en er dus eigenlijk niet lag, maakte mij wat nerveus. Rustig nam ik de bocht. Maar niet rustig genoeg, want plots vloog mijn koffer open. Dat was schrikken. Parkeren was niet evident.

Wat was er gebeurd? Allicht had ik de deur niet hard genoeg dichtgeklapt, was mijn boekentas in de bocht ertegen geschoven met de kleine ramp als gevolg. Mijn boekentas zou er nogal uitzien. Als er maar geen auto overheen reed.

Zo snel als ik kon, ploeterde ik door de gesmolten sneeuwbrij die er eigenlijk niet was, omdat het vannacht niet gesneeuwd had. Waar ik ook keek, geen boekentas te zien.
Tiens… Ik werd even onzeker. Was de koffer dan zomaar opengevlogen en stond mijn tas thuis, aan de achterdeur? Dat is al eens gebeurd.

Terug de auto in, draaien en richting thuis.

Niks boekentas aan de achterdeur.

In huis dan? Nee.

Ik had niet goed gekeken. Dat moest de reden zijn. Weer de auto in, de gebaande smeltbrij op.
Bij de rampzalige bocht stopte ik. Daar liep iemand zout te strooien. Die had ik daarstraks ook gezien. Meteen ernaartoe. Nee, hij had niets of niemand opgemerkt. Ondertussen liep de tijd. Nog even en de bel zou gaan. Wat moest ik doen? Ik kan niet zonder mijn tas. Hoe was dit nu mogelijk? Ze moest hier toch ergens liggen, desnoods als een mengsel van brij, plastiek en papier. Maar ik vond niks. Niks!

Mijn gevoel ging in overdrive en mijn verstand plande een scenario. Ik moest op school gaan zeggen, dat ik mijn tas kwijt was en dat ik bij alle huizen in de straat zou aanbellen tot ik haar teruggevonden had. Ze moest toch ergens zijn.

In een roes van verbijstering en adrenaline reed ik naar school, miste schuivend een geparkeerde auto op 20 centimeter. Dat moest er nu nog bijkomen, een botsing. Net niet. Oef.

Weer door de brij ploeteren en ondertussen bedenkend hoe ik het ging uitleggen. Ik voelde me zo dwaas. Hoe moest ik geloofwaardig overkomen? Boekentas kwijt… Mocht een leerling dat zeggen, ik zou het niet geloven. Geen zin om naar school te komen of huiswerk niet gemaakt, ja, dat zou ik denken. Wie raakt er nu zijn boekentas kwijt? DAT KAN NIET.

En toch was het zo.

Al die gedachten raasden door mijn hoofd, de gevoelens van onmacht en verbijstering door mijn lijf.

Toen… stond ze daar. Even twijfelde ik aan mezelf. Nee, ik had ze hier eergisteren niet laten staan, want ik had ze gisteren gebruikt, op een andere school, de hele dag. Dat was een gegeven waar niet aan te twijfelen viel.

Er zat een dikke bluts in, maar het was inderdaad de mijne. Een engel had haar gevonden en haar naar school gebracht. De engel zit in het zesde leerjaar. Ik heb enkele weken geleden drie dozen truffels bij haar besteld.

3 juni 2010

Een welbestede dag

Posted in Het leven zoals het is ... of toch bijna. tagged , bij 6:56 pm door ookmaareenmens

Er zijn zo van die dagen, dat het allemaal meezit. Vandaag was er zo eentje. Wie dus kickt op rampscenario’s en dramarelaties klikt maar beter door. Dit wordt een verslagje voor de positivo’s onder ons. Zij die blij zijn met klein geluk.

Het begon vanochtend toen ik niet de behoefte voelde om zo lang mogelijk tussen het warme dons te liggen. Ik veerde recht, zonder gekreun, rekte me en stapte warempel zomaar uit bed. Ook het dons deed geen enkele poging om me te terug te lokken. Blijkbaar had het mijn lichaamstaal begrepen: vandaag zou ik de wereld verzetten. Ja, ik weet het, dat klinkt wat grootsprakerig. Ik mag eigenlijk al blij zijn, als ik een steen in een rivier verlegd krijg in m’n leven, volgens Bram. Dat zou de loop van de rivier veranderen… Wel, Bram, misschien ben jij tevreden met een steen… ikke vandaag niet.
Dus, dat bed uit en de wereld in. Verzetten die handel!

Eerste leuke verrassing: de éénmalige jobkorting. Oké, ’t is slechts één keer maar vandaag leef ik in het nu en in het nu heb ik die korting. Jullie ook, toch? Ik weet zelfs al waaraan ik ze ga besteden. Ik ga heerlijk decadent een nieuwe gitaartas kopen.
Maar eerst een broodje cottage cheese op en dan de boekentas in de auto en naar school.

De verkeerssituatie rond de school is eigenlijk vreselijk deprimerend. Al een half jaar moeten we door de modder ploeterend onze boterham gaan verdienen. Bij regenweer heeft het iets van de loopgravenoorlog van 14-18. Gelukkig zijn er, voor zover ik weet, nog geen doden gevallen. Ikzelf ben wel eens tegen de vlakte gegaan. Maar dat is het verleden en ik heb er geen ernstige letsels aan overgehouden. Vandaag is het droog en een deel van de werken is voltooid. Er is zelfs al parkeerplaats. ’t Is wel een eindje lopen, maar da’s gezond.
Ik parkeer. Naast me stopt een andere auto. Een moeder-en-kind van allochtone afkomst stappen uit en willen richting voorschoolse opvang lopen. Mijn blik valt op het ichtus-teken op de bumper en … mijn mond gaat vanzelf open. Ik spreek haar aan. Misschien nog een nawee van Pinksteren?
‘Mevrouw, mag ik U iets vragen?’
‘Tuurlijk.’
‘Ik zie dat U een visje op uw auto heeft. Dus U bent christen?’
‘Inderdaad.’
‘Mag ik weten welke ‘soort’?’
De vrouw maakt een wijds gebaar. ‘Is dat nu zo belangrijk?’
‘Nee, hoor. Ik ben gewoon nieuwsgierig.’
‘Ik ben evangelisch christen.’
‘Nou, ik ook zoiets.’
De vrouw omhelst mij spontaan en slaakt een ‘Amen!’
‘Ziet U dat gebouw daar aan de overkant van het plein. Dat is een gemeenteschool. Ik geef daar les, protestants-evangelische godsdienst. Uw kind kan daar 3u per week onderwezen worden in zijn geloof.’
‘Ah, dat is interessant. Heeft U een kaartje of zo?’
‘Nee, maar U kan zomaar langskomen, hoor. En het verplicht tot niets. Ik wou gewoon, dat U dat wist, vanwege het visje.’
De vrouw komt duidelijk in tijdsnood en ons gesprekje eindigt met een vriendelijke zwaai. ‘Ik heet Nicole,’ zegt ze nog. ‘Oh, ik Margriet. Daag.’
Vol verwondering over mezelf stap ik verder. Dat heb ik nu nog nooit gedaan: reclame maken voor mijn vak. En het was nog leuk ook.

Mijn leerlingen zijn hun vrolijke en van goeie wil, zoals gewoonlijk. De morgen kabbelt rustig voort.

Om halftwaalf ben ik klaar. Nu moet ik naar Aalst om mijn gitaar op te halen en even langs de vakbond om het papiertje voor terugstorting van de syndicale premie in te leveren.
De vakbond is vandaag uitzonderlijk dicht. Ik gooi het papiertje dan maar in de brievenbus en vertrouw erop, dat het in orde komt.

Het centrum van Aalst in. Hier heb ik eigenlijk een hartgrondige hekel aan. Da’s hier altijd file en nu zijn er nog werken in de straat waar ik zijn moet ook. Lap, alles zit muurvast want een gezellige buschauffeur heeft zich in een onmogelijke situatie gereden. Wat nu? Nog tien minuten en de winkel is dicht. Ik zet me aan de kant, laat m’n vier pinkers flitsen en stap snel door naar de muziekwinkel. Achter mij lost het verkeersprobleem zichzelf wel op.
M’n gitaar is hersteld. Er was een sleutel gebroken en er moest een nieuw mechaniekje op. De prijs valt reuze mee. Het instrument heeft een aangename klank en is dus best herstelling waard. ’t Is de charme van m’n lessen: zingen met live gitaarbegeleiding.
Ik koop meteen die nieuwe, opgevulde tas voor mijn trouwe, rammelende bondgenoot. De oude tas is niet meer om aan te zien. En levensgevaarlijk: ik was met m’n voet in een loshangend oor blijven hangen en heb zo een smak gemaakt op weg door de loopgraven. Gelukkig was het niet ernstig, want eigenlijk mocht ik daar niet zijn, in de loopgraven bedoel ik.
Ik vraag om een betalingsbewijsje. Goede maatjes met de fiscus. Ja, ik ben een bonnetjesverzamelaar. Wel een slordige. Enfin, ik krijg het, zonder trammelant.
Terug de wagen in en even langs een vriendin. Zij heeft verfwerk laten doen met dienstencheques en ik denk daar ook over. Het verfwerk is niet beter gedaan dan ik het zou doen… maar wel minder vermoeiend. Ik houd het nog even in beraad. De uitnodiging om te blijven eten sla ik af. Ik heb zelf nog één en ander wat klaargemaakt mag worden. Dus: weer de auto in en op naar de volgende halte: thuis.

Hèhè… Eerst m’n gitaar stemmen en uitproberen. Aah, het vertrouwde geluid doet me deugd. Ik besef nu pas, hoe erg ik het gemist heb. Even genieten van een liedje. In mijn fantasie staan mijn leerlingen naast me te glunderen van hun zingende zelf.
Dan mijn persoonlijk interpretatie van de goede huisvrouw. Dat verslag bespaar ik jullie. Maar gewoon even melden, dat ik het wel kan. Tussendoor mijn schatten van orchideeën verwend en m’n roosjes geoogst. Hoe meer rozen je wegknipt, hoe meer er komen. Natuurlijke logica. M’n living geurt. M’n keuken ook… maar anders.

Hola, mail uit Nederland… Of ik de bladmuziek van één van m’n kinderliedjes kan doorsturen. Een koordirigente vindt mijn liedjes leuk. Wow! Dat is een opsteker die kan tellen. Geliefd in Nederland. Ik antwoord meteen.
En voorwaar post van 50+. Ik had gereageerd op een oproep in verband met fotografie en computer. Steeds bereid om bij te leren. Benieuwd of het er ook echt van zal komen.
En zo vloeit vandaag de ene positieve gebeurtenis over in de andere. Ik vind zelfs verloren gewaande formulieren terug. Natuurlijk waren er enkele mindere momentjes, maar die wegen niet door. Echt een welbestede dag.
Morgen maak ik er weer eentje.

10 mei 2010

Floraliën 2010 in mijn living.

Posted in Geen categorie bij 5:36 pm door ookmaareenmens

9 mei 2010

Luctor et emergo

Posted in Het leven zoals het is ... of toch bijna. tagged , , bij 7:12 pm door ookmaareenmens

Geachte lezer,

Als U deze blog wilt begrijpen, raad ik U aan om eerst ‘Zij’ en ‘Usio Conclusio’ te lezen. Dan bent U helemaal mee. Want, ja, wat er een tijd geleden goed uitzag is nu een compleet fiasco. Maar ‘luctor et emergo’ is één van mijn lijfspreuken. Ik heb er zo wel een hele rits. Een andere is ‘Alles sal reg kom’ en ‘Er wordt veel getreurd om wat nooit gebeurt’. Nou, terug naar ‘luctor’.

Ik had haar gevonden, weet U nog? Tenminste, op het net. En ik had me ervan vergewist, dat zij in voorraad was. Het leek me bovendien een betrouwbare firma en ik had er dus helemaal geen probleem mee om vooruit te betalen. Want zoals de waard is, vertrouwt ie zijn klanten. Dat is ook zo’n lijfspreuk van me.
Enfin, ik betaalde met m’n credit card in januari, kreeg prompt een bevestiging van bestelling en verheugde me op de komst van m’n lievelingen
Dat duurde wel erg lang. Eind februari nam ik via mail contact op. Zoals U weet ben ik niet de assertiviteit zelve en het kostte me dus heel wat mentale kracht om dat zaakje op te volgen.
Ik kreeg een beleefd mailtje terug, dat heel wat schatjes de strenge winter niet overleefd hadden maar dat men naarstig op zoek bleef om mijn diepe verlangen te vervullen. Dat stelde me gerust. Ergens moesten er toch nog wel 3 exemplaren te vinden zijn.
Half maart werd ik wat ongedurig. De tijd begon te dringen en straks zou het te laat zijn. Dus verzamelde ik al m’n krachten en nam weer contact op via mail. Opnieuw kreeg ik de geruststellende boodschap, dat ik de hoop nog niet moest opgeven want dat er vlijtig gezocht werd. Ik was niet meer zo gerust. Maar ik heb geduld… Einde maart was dat echter op, want nù werd het hoog tijd. Weer stuurde ik een mailtje en voegde er mijn bankrekeningnummer aan toe. Ik kreeg prompt antwoord: de natuur laat zich niet dwingen en we zijn nog op zoek.
Half april was ik het beu en vroeg m’n geld terug. Uiteraard voegde ik mijn rekeningnummer met IBAN en BIC toe. Als antwoord kreeg ik een keurige mail waarin men begrip opbracht voor mijn ongeduld en of ik mijn rekeningnummer wilde doorgeven. Dat deed ik voor de derde keer. Eind april stond er nog niks op mijn rekening. Weer nam ik contact op om de firma er attent op te maken, dat mijn rekening nog openstond. Half mei kreeg ik een verontschuldigend antwoord, dat men mijn bestelling uit het oog verloren was, maar dat de terugstorting meteen zou gebeuren. Hèhè… Een week later had ik m’n geld terug. Ik had natuurlijk liever m’n lievelingen gehad. Misschien volgend jaar…

Fiasco nummer twee. In mijn onschuld geloofde ik, dat ik echt een ‘vriendin voor het leven’ was voor de alleenstaande man uit het dorp hier, waar ik niks mee had. (Ik had hem echter wel al bedrogen ook al had ik geen flauw idee met wie en met wat. Enfin, dat hadden we uitgeklaard.) Hij had me met een klus geholpen en me beloofd, dat ik altijd op hem rekenen kon. Ik had warempel bijna het aangename gevoel dat mijn welbevinden hem ter harte ging.
Nu waren die gevoelens van mij eigenlijk wel wat gemengd. Ik persoonlijk noem iemand niet zo gemakkelijk een ‘vriend’, laat staan ‘voor het leven’. Hij wel. In zo’n situatie denk ik dan algauw, dat het aan mij ligt. Dat ik te veeleisend ben en misschien wat vlotter met het begrip ‘vriend’ moet omspringen. Over het woord ‘relatie’ doe ik ook moeilijk, naar het schijnt. Maar da’s een ander verhaal.
Enfin, hij had mij nog eens met m’n computer geholpen en zou in de paasvakantie mijn haag snoeien en dan ook m’n computer opruimen, want dat ding is redelijk traag. Dat van die haag leek me niet echt direct zo’n goed idee, maar ik wou zijn sturm und drang niet stuiten. Ik informeerde mezelf voor alle zekerheid en stuurde toen een mailtje om te zeggen, dat die haag nog wat kon wachten. Voor mijn computer mocht hij echter gerust langskomen. De witte Leffe zou klaar staan
Ik heb niks meer van hem gehoord.
Misschien is hij dood. Als ik ‘een vriendin voor het leven’ ben…

Fiasco nummer drie. Via een site kreeg ik een uitnodiging voor een ‘date’. Eerlijk gezegd vind ik dat een belachelijk woord, maar kom. Wie ben ik, tenslotte? ’t Is een site waar ik wat vertrouwen in heb, omdat hij christelijk is. Dat is me in het verleden weliswaar al eens zuur opgebroken, maar dat ligt niet aan zo’n site zelf. Dus, nog steeds argeloos als een duif zag ik dat uitje wel zitten. Alleen… er was wat raars. ‘Met eens uit te gaan doen we niemand kwaad.’ Dat schreef ie. Het gaf me een vreemd gevoel, dat ik toch niet helemaal aan de kant wou schuiven. Dus schreef ik terug, dat hij wel iets mocht bedenken want dat ik graag verrast word. We zouden naar Velzeke gaan. Ik wil daar al lang naartoe maar het komt er nooit van. Nu dus wel. Leuk, toch? Ik mailde terug voor een wat concretere afspraak en schreef vanuit m’n open hart dat ik graag iets meer over hem wilde weten. En toen kwam het: hij had eigenlijk een vriendin die hem af en toe belde, maar die hem verder nauwelijks inviteerde. Hij wist niet goed wat hij daarmee moest maar hij wou graag wat gezelschap van een vrouw van zijn leeftijd. Ik moest het uitje niet al te ernstig nemen.
Dat was een koude douche.
Ik ben een waardig mens en heb veel begrip. Ik ben ook een excellente therapeute. Dit was mij echter een brug te ver. Ik heb hem enkele dagen laten stoven. Allicht dacht ie, dat ik niks meer van me zou laten horen. Was ik ook even van plan. Tenslotte heb ik hem geantwoord, dat ik teleurgesteld was. Het uitje kon wat mij betreft nog doorgaan maar… ik wil niet gebruikt worden om een ander jaloers te maken … en … ik wil niks, maar dan ook niks weten over die ‘relatie’ van hem, want ik geef geen gratis therapie meer. Ik ben dat beu, die kerels die bij mij zitten te janken over het vermeende onrecht dat hen is aangedaan.
Onze correspondentie eindigde met een berichtje van hem, waarin hij mij bedankte voor mijn antwoord. Ik ben een goede vrouw (alsof ik dat van hem moet horen) en hij zou mij verder met rust laten.
Terug naar ‘start’.
Dus: volgende zondag ga ik naar Velzeke. Wie wil mag mee . Maar… we gaan voor de Galliërs en de Romeinen. Ik zoek geen ‘vriend voor het leven’ en ik wil niks horen over exen. Wie niet zuiver op de graat is, gelieve elders vertier te zoeken. Begrepen? Ik ben nu even bezig met luctor. Emergo komt wel weer. Dat komt altijd.

7 mei 2010

Op reis met… een heldin op sokken.

Posted in Het leven zoals het is ... of toch bijna. tagged , , bij 5:38 pm door ookmaareenmens

Je bent toerist en je wil … wat meenemen voor het thuisfront. Dan is Granada een grote speeltuin. Je hebt er de brede winkelstraten met dure winkels én de winkelketens die je thuis ook hebt. De winkelketens kan ik weerstaan, de dure winkels … ook. Gelukkig is er nog de soek: smalle steegjes met geurige, open winkeltjes, vol glitter en exotische kitsch waar ik, als ik eerlijk ben, best wel van houd. Voor even. Dus kijk ik en keur ik en wandel ik steegje in, winkeltje uit… Ik zoek totaal overbodige spulletjes die ik zelf ook leuk vind. Dan mag men thuis kiezen en wat overblijft is voor mij.

Plots hoor ik een vrouw zeggen: ‘Ik vind deze wel leuk. Wat denk jij schat?’ Nu heb ik vandaag nog geen Nederlands gepraat, dus grijp ik m’n kans. Ik schuifel kijkend en keurend tot binnen gehoorsafstand en mompel haar toe: ‘Probeer er maar wat af te krijgen.’ De daad bij het spreekwoordelijke woord voegend roep ik naar de eigenaar: ‘If I buy two of these, do I get a discount?’ Eigenlijk verwacht ik een ‘no way’, want ik doe het gewoon voor de sport. Reageert die kerel toch met: ‘Okay, €2.’ De vrouw richt zich tot mij: ‘Zullen we samen…?’ Kopen bedoelt ze, natuurlijk. ‘Goed,’ zeg ik en ik roep: ‘And if I buy three?’ Nou, nee, verder dan zijn 2 euro gaat hij niet. Mij best. Ik vind het gewoon plezierig om een beetje te onderhandelen. Dat vertel ik de man ook en hij moet er eens om lachen.

En zo dwaal ik door de winkeltjes rond de kathedraal. Ik ontmoet een Brussels echtpaar dat voorwaar tweetalig is. De vrouw past een schort met theatraal flamenco-effect: zwart met rode bollen en volants om U tegen te zeggen. Hier in het zonnetje staat ze er prachtig mee. Of dat in de Brusselse keuken ook het geval zal zijn…
Ik vind nog een schattig tasje. Als mijn nichtje het niet wil, kan ik er nog altijd mijn grote zonnebril in kwijt of herwaardeer ik het tot pennenzak. Nog een geldbeugeltje voor wisselgeld. Zo, ik ben tevreden.

Terug in het hotel bewonder ik mijn aankopen. Het blauwe tapijtje is prachtig. Eén en al glitter en glans met hier en daar een spiegelkraaltje. Dan bekijk ik het turkooisen… Oh, da’s een miskoop. Overal ontbreken pareltjes, kraaltjes en lovertjes. Was ik zo gericht op mijn afdingen, dat ik dàt niet gezien heb? Allicht. Zut. Nou ja, niks aan te doen… Gekocht is gekocht. Alhoewel… zou ik durven ruilen? Ik ben een heldin op sokken. Ach, ik kan het in elk geval proberen. Maar ik heb afgedongen… En ik kan pas overmorgen terug naar de soek. Zal ik dat winkeltje nog herkennen? Tijd voor een spoedvergadering met mezelf. Ik besluit het turkooisen tapijtje in mijn mentale ijskast te stoppen en het er pas overmorgen weer uit te halen. Ik weet al hoe ik me ga opstellen: gewoon eerlijk vanuit m’n hart praten. Daar kan niemand tegenop. Tenzij de tegenpartij geen hart heeft? Iedereen heeft een hart, zelfs een koopman in de soek.

Twee dagen later ga ik dus op pad. Het is geen simpele opdracht. ’t Was in de buurt van de kathedraal, de spullen lagen in stapeltjes op een tafeltje dat de helft van het steegje innam. Daar liggen zo’n tapijtjes. ’t Is niet de man van wie ik ze gekocht heb, dus van dat afdingen weet die niks. Goed, diep ademhalen…
Ik doe m’n verhaal en de man kijkt wat nors. Dan schudt hij het hoofd. Die schakering van turkoois verkoopt hij niet. Het is niet zijn tapijtje. Zijn lichaamstaal is klaar en duidelijk: neen, want dit is niet hier gekocht. Ik zie geen verschil in kleur. Hij wel. Eigenlijk best knap van hem.
Teleurgesteld loop ik nog wat door de steegjes. Nou, ik heb geprobeerd. Niks meer aan te doen. Jammer. Terwijl ik mezelf wat probeer te bemoedigen – één van mijn sterkste kwaliteiten – gaan mijn voeten hun eigen gang en … opeens sta ik voor de juiste verkoper.
‘Oh, I am so happy I’ve found you. I thought I never would.’ De man kijkt me vriendelijk maar verbaasd aan. ‘I have to tell you something. I’ve made a mistake.’ De wenkbrauwen van de man buigen zich begrijpend. ‘You remember the two carpets I bought the day before yesterday?’ ‘Yes, I do…’ ‘Well, the bleu one is perfect. I really love it. But the turquoise was a mistake. Could I change it for another one?’ Een nanoseconde staat de wereld stil. De tijd rekt zich tot het uiterste. ‘But of course, no problem at all!’ Wow! ‘That’s reall very kind of you.’ Om de één of andere reden krijg ik een vriendelijk schouderklopje. En ik mag een ander tapijtje uitzoeken. Mijn belangstelling wordt weer naar turkoois gezogen. Ik vind een redelijk gaaf tapijtje, weliswaar zonder lovertjes, maar kom. Ik ben heel tevreden over mezelf. Het open hart heeft niet gefaald.

Opgewekt trek ik verder. Misschien vind ik dat andere winkeltje ook nog. Waar ik dat tasje voor mijn nichtje kocht. Want ik wil er nog eentje. En ja, met een beetje geduld en een goeie portie geluk lukt deze missie eveneens. Deels. Want een gaaf tasje is er niet meer. Overal ontbreekt er wel wat of hangt er wat los. Dat koop ik niet. Tasjes genoeg in de wereld.
De winkelier keuvelt met twee collega’s terwijl hij mij vanuit z’n ooghoeken in de gaten houdt. Als ik zijn winkeltje wil verlaten, stellen die twee zich als een muur voor mij op. Maar ik ben zo in beslag genomen door mijn zoektocht, dat hun imponerend gedrag niet tot mij doordringt. Ik schuif ze gewoon aan de kant en stap tussen hen door. Achteraf realiseer ik me, dat het een manier was om me tot kopen te dwingen. En ik ben blij en trots, dat het hun niet gelukt is. Weer iets geleerd: bluf moet je gewoon negeren. Voor een heldin op sokken heb ik dat goed gedaan. Heel goed zelfs.

Granada heen en terug…

Posted in Geen categorie bij 2:48 pm door ookmaareenmens

5 mei 2010

De Gentse floraliën 2010… een impressie.

Posted in Geen categorie tagged , , , , bij 7:33 pm door ookmaareenmens

Volgende pagina